Kunst over én in het water tijdens De Expeditie

25 juni 2024     Ingezonden door Stichting KOP

KOP Expeditie 1Kunstenaars werken samen met het waterschap en het archeologisch depot om interactieve belevingen te ontwikkelen voor BredaWandelt.

Boekentip van de bieb – De geur van regen

25 juni 2024     Redactie Henriëtte Loosen

Boekentip De geur van regenDeze maand geef ik als tip: De geur van regen, een roman van Alka Joshi. Een roman over het bewogen leven van een jonge Indiase vrouw in het Parijs van de jaren ’70.

Eerste presentatie Gezondheidsvisie Breda

24 juni 2024     Redactie en fotografie Anja Wierckx-Staps

Gezondheidsvisie Breda vapenGedurfd, gezond en gelukkig. Gezondheid is iets waar iedereen mee bezig is en het is ook belangrijk voor iedereen. Breda werkt al aan drie doelen met een ‘G’ en daar komt nu een vierde bij. Met dit doel wil Breda werken aan handvatten voor een gezonde leefstijl voor alle nu 187.000 bewoners van Breda, tot in 2040.

Open voor jou (9) – Charlotte Luijendijk (2)

06 juni 2024     Redactie leerlingen Graaf Engelbrecht

GE Charlotte 2

 

Mijn vader was vermoord tijdens de oorlog, in ‘45, vlak voor het einde, toen mijn moeder in verwachting was van mijn zusje. Dat was overigens niet door de Duitsers, dat was door een boer. Mijn vader ging naar die boer om eten te vragen, aangezien hij zes kinderen moest voeden en die boer heel veel eten had op zijn boerderij.

 

Die boer wou niets geven en toen zijn ze uiteindelijk in een soort ruzie gekomen waarna die boer mijn vader heeft doodgeschoten. Maar dat is nooit ergens officieel vastgelegd, dat verhaal kregen we later heel vaag te horen. Een paar jaar later, in 1949 is mijn moeder getrouwd met de halfbroer van mijn vader.

 

Hoe gingen jullie om met dat verlies?

Ja, eigenlijk alsof er niks was gebeurd. Ik was toen erg jong, dus heb daar niet veel van meegekregen. Mijn moeder sprak er niet over, waardoor wij er ook niks van wisten. Als wij niks hadden gevraagd over onze vader, hadden we dit nooit geweten. Zij vond het heel moeilijk om er over te praten, dus deed dat dan ook niet en mijn tweede vader had zoiets van ‘ja ik ben er nu dus die informatie is allemaal niet relevant.

 

Mijn tante vond dat wij er wel recht op hadden dus heeft zij later er aan mijn zus wat meer informatie over gegeven, voor zover zij er van wist. Zijn dood is namelijk nooit officieel vastgesteld en niemand wist ook het hele verhaal, niemand was er bij en door de oorlog vond niemand zijn dood ook echt relevant. Na de oorlog konden we pas naar het graf van mijn vader gaan, dat heb ik dan ook een paar keer gedaan. Ik had eigenlijk geen idee wie hij was. Zijn lichaam werd eerst naar Ede gebracht, daar werd er geen aandacht aan hem besteedt, vanwege de oorlog. Mijn oma, dus zijn moeder wilde dat hij in Oosterbeek werd begraven, waar wij allemaal woonden, dus daar is hij uiteindelijk heengebracht. Wel hebben wij later nog een fotootje gekregen van hem, zo hadden we toch nog een soort herinnering aan hem, maar die foto ben ik helaas kwijtgeraakt.

 

Hoe was de band met uw tweede vader?

Ik had een prima band met hem, hij zorgde voor ons en nam de vaderrol ook wel goed op. Hij was wel erg streng. ’s Avonds mochten wij echt niet weg van hem. Ik en mijn zussen moesten altijd naar zo’n nette zusterclub, daar ging je dan met andere ‘zusters’ een keer per week een uur lang zingen en handwerken. Wij gingen dan wel eens stiekem een keertje niet, puur zodat we even op straat konden lopen. Dat was dan alleen door het dorp hoor, maar we vonden het fijn dat we dan een keertje naar buiten konden, dus gingen dan gewoon rondjes lopen.

 

Maar ik had een tante en oom en die hadden geen kinderen, dus die gingen vaak op visite bij mijn ouders en die liepen dan ook door het dorp. Soms zagen zij ons wel eens en dan kwamen ze binnen bij mijn ouders en zeiden ze gelijk iets van ‘ja en Doortje liep ook weer door het dorp hoor’, ze moesten mij dan per se altijd verlinken. Die tante was overigens ook altijd heel jaloers op ons, omdat ze vond dat wij teveel aandacht kregen van onze ouders en zij daardoor zogenaamd ‘vergeten’ werd.

 

Maar ja, als hij dat dus hoorde dan werd mijn vader altijd heel boos, terwijl wij dan gewoon om half negen al weer terug waren, maar dat pikte die niet. Nee, wat dat betreft mochten we nooit weg. Je kunt ook te streng zijn hoor, vind ik. Mijn vader had vooral de inspraak in huis, hij bepaalde alles, maar mijn moeder liet zich ook echt niet zomaar op de kop zitten hoor, die kon af en toe ook wel haar mond opentrekken.

 

Hoe was het omschakelen na de oorlog, toen alles weer hersteld moest worden?

Niemand wilde erover praten, het werd echt in de doofpot gestopt. Ook Bevrijdingsdag hebben wij verder niet gevierd, mijn moeder was toen alleenstaand en moest voor vier jonge kinderen zorgen, er was dus niet de ruimte om daar iets mee te doen. Later praatte niemand erover en van psychologen werd ook geen gebruik gemaakt, het was gebeurd en dat was het, iedereen ging door met het ‘normale’ leven alsof er nooit iets was gebeurd, en iedereen vond dat oké.

 

Verder konden we eindelijk weer goed eten. Wij hadden in de tuin zelf een soort moestuin waar we veel groenten oogsten. We moesten daar zelf ook veel aan meehelpen. Ik moest dan bijvoorbeeld de bonen plukken en die schoonmaken en zo waren we met z’n allen daar toch best wel wat tijd aan kwijt.

 

Hoe verliep de scholing na de oorlog?

Na twee jaar kleuterschool en zes jaar lagere school ging ik nog twee jaar naar de huishoudschool, dat was heel saai. Ik was op mijn veertiende klaar met school, maar toen mocht je nog niet werken dus ben ik een jaartje thuis geweest waardoor mijn moeder ‘s ochtends kon gaan werken terwijl ik in het huishouden hielp. Zo kwam er toch weer wat extra geld binnen. Ik kon heel goed leren, dat werd ook altijd tegen mij op school gezegd. Door het voedingskamp ben ik negen weken niet naar school geweest en alsnog ging ik over, dat zegt ook wel iets over het onderwijssysteem destijds.

 

Vroeger in die grote gezinnen ging je niet doorstuderen, daar was gewoon geen geld voor. Mijn broer heeft wel nog even geprobeerd om door te studeren, maar dat vond hij toen niet leuk. Er zaten daar namelijk alleen maar rijkelui en dan voel je je toch anders, je merkt dat je ‘ergens anders’ vandaan komt. Dat was ook al zo op de lagere school, maar ondanks dat kon ik toch altijd wel goed met iedereen overweg en had ik toch wel wat vrienden gemaakt.

 

Ik heb dus na mijn scholing alleen maar gewerkt. Ik heb heel mijn leven lang schoongemaakt. Ze zeiden op school nog over mij ‘die moet verder leren’, maar ja. Mijn twee jongere zusjes konden wel doorstuderen, vanwege hun vader, mijn tweede vader, maar die wilden dat niet dus gingen ze ook niet. Ik wilde dat wel.

 

Verder moesten wij altijd een heel eind lopen naar school, dat was echt vreselijk. Ik had een fiets gekregen, maar mijn broers pikten die soms wel eens en toen werd die vernield, toen werd mijn vader boos. Wat kon ik er nou aan doen dat zij die fiets meenamen? Daarna mochten wij allemaal geen fiets meer hebben. Het was altijd minimaal een half uur lopen naar school en dan tussen de middag moesten we weer op en neer, dus waren we een kwartiertje thuis en konden we weer gaan. Wanneer ik dan thuis kwam aan het eind van de dag vroeg mijn moeder nog wel eens om boodschappen te halen. De supermarkt was in de buurt van onze school, toen kon ik heel dat eind weer terug gaan lopen.

 

Had u hobby’s of vrijetijdsbestedingen tijdens uw jeugd?

Ja, op een gegeven moment mocht ik op gym en dan kon ik in de ringen zwaaien. Dat vond ik heel leuk. Later heb ik na gym ook nog even op korfbal gezeten, dat vond ik ook erg leuk, ik vond het sowieso leuk om te sporten. Op school hadden we ook zwemmen, maar dat deed ik nooit, dat was namelijk altijd in van die zwemvijvers bij de grote villa’s van de rijke lui, maar daar zat altijd van dat vieze spul in het water, daar wilde ik niet in, hoewel zwemmen me wel altijd erg leuk leek. Ik heb het nooit echt kunnen leren en ik heb dan ook geen zwemdiploma’s.

 

U zei dat u graag met kinderen zou willen werken, is die droom uitgekomen?

Nee, helaas niet. Ik had graag door willen leren en iets gaan doen waarmee ik kinderen kan helpen. Ik vond het erg jammer dat dat toen niet doorging, nu nog steeds. Ik neem dat niemand kwalijk, het was sowieso moeilijker voor vrouwen om aan goede banen te komen destijds. Eigenlijk konden alleen rijke kinderen doorstuderen. Ik vind dat degenen die dat niet kunnen betalen, toch de kans moeten krijgen. Zij verdienen ook een goede toekomst.

 

Heeft u ooit wel eens woede of onvrede gevoeld over de manier waarop u bent opgegroeid?

Woede heb ik nooit echt gevoeld, maar het was zeker niet altijd leuk en dat heb ik dan ook wel regelmatig gevoeld. Dan had je vriendjes of vriendinnetjes die alles kregen, altijd de duurste en nieuwste dingen. Bij ons was dat er allemaal niet.

 

Wat zijn voor u de grootste veranderingen tussen het leven nu en toen in uw jeugd?

Ik denk in ieder geval het onderwijs. Ook arme kinderen krijgen nu de kans om een goede opleiding te volgen, wat ik heel goed vind. Daarnaast ook de digitalisering, financiële of medische zaken moeten vaak via mijn zoon worden geregeld, want ik heb zelf geen mobiele telefoon, ik kan alleen bellen via de huistelefoon. Ze gaan er tegenwoordig van uit dat iedereen dat digitale gedoe allemaal snapt. Ze doen zowat niks meer via papier. Wat dat betreft is de wereld heel veel veranderd. Ik vind het ook niet helemaal kloppen hoor, dan zie ik jongeren buiten lopen met ook nog eens een koptelefoon op en die doen echt alsof ze de enige op de wereld zijn. Ik liep laatst nog over straat en toen was daar een jongen die alleen maar op z’n mobieltje aan het kijken was. Ik zag het al aankomen: die liep toen zo met z’n kop tegen een lantaarnpaal aan. Ik vind het dan ook wel goed van de scholen, dat zij nu stoppen met de mobieltjes. Natuurlijk is een mobieltje handig, maar ik vind wel dat er vanuit de overheid meer rekening moet worden gehouden met ouderen die hun zaken alleen nog maar op de ‘ouderwetse’ manier kunnen regelen.

 

Hoe kijkt u uiteindelijk terug op uw leven, bent u tevreden?

Ik kijk wel goed terug op mijn leven en hoe het uiteindelijk is gegaan, ik mag wat dat betreft niet klagen. Het enige wat ik tot op de dag van vandaag heel jammer vind, is dat ik niet heb kunnen doorleren en niet een baan heb kunnen krijgen waarmee ik kinderen kon helpen, daar had ik de opleiding helaas niet voor en daar was ook het geld niet voor. Dat komt ook onder andere door de oorlog waarin ik ben geboren. Voor de rest heb ik het wel altijd goed gehad hoor, ook met trouwen heb ik zeker geluk gehad. Ik ben redelijk vroeg getrouwd, rond m’n twintigste. Ik heb mijn man, Jan, ontmoet via mijn broer. Zij werkten namelijk samen bij de marine. Een jaar later kregen we een kind en hebben we eigenlijk een heel goed en rustig leven geleid. Niets is perfect, maar ik ben zeker wel tevreden met hoe het uiteindelijk is gegaan.

 

Terug Schrijf reactie

 


 

 


 

Kiek in de wijk

 

 



 Adverteren?

Klik voor e-mail of bel 06 46 99 66 32

 


 

 

Er zijn geen berichten aanwezig

 

Freepik

 


 


 

 

 

 

^ Naar boven